Ik probeer en ik probeer. Zoek naar wegen, om dat wat een probleem vormt heen. Ja, ik snap dat dat misschien raar klinkt, vraagtekens oproept ook, want problemen verhouden zich beter wanneer ze opgelost worden, niet wanneer er omheen gedraaid wordt. Helemaal mee eens. Toch ligt het in dit geval iets anders, durf ik te zeggen. (Echter, als ik het eenmaal stellig gezegd heb, twijfel ik natuurlijk weer gelijk aan mezelf. Ik durf het vagelijk te blijven zeggen, omdat ik van anderen hoorde dat mijn beleving in de context zeker niet raar is.)
Dus. Wat meer to the point. Voor zover mogelijk, want zonder cryptische omschrijvingen wat over mezelf te zeggen is op z’n zachts gezegd een leerdoel.
Rechter voor z’n raap dan dit gaat niet; “Hoe ga je om met een therapeut die in de tegenoverdracht zit, maar dit zelf niet kan en/of wil zien?”
Ik merk gelijk weer de twijfel, want wie ben ik om bovenstaande te zeggen? Ik ben de cliënt, dus ik zal meer met mezelf te doen hebben dan mijn therapeut met zichzelf. Wie zegt dat ik het niet allemaal fout heb? Etc.
En dan heb ik gelukkig houvast aan ‘mensen die het ook zagen’, wat maakt dat ik het toch maar weer keer op keer ter sprake probeer te stellen. Helaas zonder succes. ‘We moeten naar de kern’, ‘zij wordt er moe van’, ‘ik moet toch echt gaan zien wat er gaande is’, ‘ze doet zo haar best’ en meer van dat soort dingen.
En ja, zeker en natuurlijk spelen er bij mij dingen in overdracht. Projecteer ik dingen op peut, die eigenlijk bij vroeger horen. Dat schijnt normaal te zijn. (Ik weet nog niet zo of ik het daar mee eens ben, want zo normaal ben ik niet). Daar kijk ik ook naar, probeer uit te zoeken hoe en wat. Alleen niet in het bijzijn van haar, omdat het daarvoor niet veilig genoeg is. En dat laatste heeft te maken met haar niet kunnen/willen zien/horen wat ik aangeef over die veiligheid en haar (re)acties (daarin). Waarvan zij overigens aangeeft het allemaal prima te zien en te begrijpen. Haar samenvattingen en reacties zeggen mij iets anders, maar wanneer ik dat aangeef belandden we in een welles nietes. (Wat ik dan maar snel opgeef, omdat het toch geen zin heeft, omdat zij toch gelijk heeft.. of in ieder geval die houding aanneemt.)
En toch probeer ik het steeds weer, omdat ik denk dat het toch sneller moet kunnen gaan wanneer zij mee kan kijken, i.p.v. dat ik de werelden moet scheiden, zoals ik altijd gedaan heb. En ook omdat de ‘goeien’ die kennis hebben van wat ik tegenkom zeer dun gezaaid zijn en ze echt ook goede kennis en kunde in huis heeft.
Alleen dit.. hoe doe je dat? Ik kom er niet uit. En we komen er samen ook niet uit.
Dus eerst maar weer proberen er omheen te komen. Misschien dat het mij later lukt er steviger in te staan en/of het niet nodig is er iets mee te doen.
*blub*